donderdag 8 oktober 2015

Personages

Tony in het kwadraat

De twee hoofdpersonages van Lanoyes nieuwste roman heten allebei Tony Hanssen. De ene Tony, een loser in het diepst van zijn gedachten, heeft jaren geleden zijn 'mamaatje en papaatje' en zijn universiteitsstudie achtergelaten.
De advocatenpraktijk van zijn vader en de provincialistische bourgeoisie konden hem gestolen worden. Twintig jaar lang reisde hij de hele wereld rond op vracht- en cruiseschepen. Tijdens pleziervaarten praatte hij de meestal bejaarde genotzoekers moeiteloos naar de mond. Hard labeur of betaalde flikflooierij, onafhankelijkheid had hij hoog in het vaandel.
"Hij had leren leven als nomade, als dwangmatige zwerver, verstekeling zonder doel, en dat lot had hem prima bevallen." Tot hij er genoeg van had en een bezoek aan ’s werelds grootste gokpaleis in Macau hem opzadelde met een torenhoge schuld bij de Chinese zakelijke mogol Bo Xiang.
De andere Tony is een computerexpert die Belgiƫ ontvlucht is nadat de bank waar hij werkte, is gecrasht. Hij is een zelfzeker alfamannetje dat met zijn kennis van algoritmes en zwendelpraktijken gulzige beleggers stroop om de mond smeerde ten bate van de nog gulziger bankelite.
Hij wil de rol van zondebok niet op zich nemen en beraamt – met memorysticks vol bedrijfsgeheimen als levensverzekering – een plan om zich volledig te kunnen rehabiliteren. Spijt heeft hij niet, het enige dat hij wil, is met zijn vrouw en kind herenigd worden.
Voor beide Tony’s is de grote afwezige het Westen, vooral het oude Europa met Vlaanderen als centrum, die "onwelriekende navel van een versleten continent". Vlaanderen is zo expliciet afwezig of verdrongen dat er een drukkende aanwezigheid uit groeit.
Het voortdurend als klein omschreven vlakke land aan de Noordzee raakt hen via de familiale wortels, die ze nooit ondubbelzinnig kunnen verbreken dan wel herstellen.
Het kleine Vlaanderen is een vertrouwde steen des aanstoots voor Lanoye. Als motief raakte het verweven met het Vlaamse ondernemerschap, in 'Alles moet weg' en ook in zijn Monstertrilogie over een familiaal zakenimperium in West-Vlaanderen.
In 'Gelukkige slaven' verplaatst Lanoye zijn tragikomische figuren naar een mondiaal speelveld, maar het bekrompen Vlaanderen blijft een weerkerende referentie, die bovendien een retorische weerklank heeft.
De wereldreiziger Tony, die zijn mamaatje achterliet zonder ooit van haar los te komen, vindt de Vlaamse taal op zich al een pietluttige uitdrukking van kleingeestigheid: "Geen taal ter wereld was zo aangetast door de schimmel van het verkleinwoord als de Vlaamse variant van het Nederlands. […] En met altijd, altijd: die blijvende, stompzinnige onmondigheid, zelfs al kwekten ze inmiddels nog zo vlot. […] Een biefstukske met een glazeke wijn erbij. Een toerke rond den hof. Gazetje, sigaretje, bakske koffie: alles op ’t gemakske."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten